Cursus

Inhoud van cursus

1. Even wat  geschiedenis

2. Hoe zit het met dit oude gebruik

3. De bouw van de Midwinterhoorn

4. De blaastechniek

5. Adem techniek en het “buzzen”

6. Geluid

7. De foute ondertoon

8. De eerste tonen afzonderlijk

9. De eerste tonen in combinatie met elkaar

10. De toonomvang

11. Om het blazen iets te verlichten

12. Twents Volksleed

13. Verze “Murrewinter” van Johanna van Buren

1. Even wat geschiedenis

Het midwinterhoornblazen  is een oud Twents gebruik. De eerste gegevens hierover stammen al uit de 15e eeuw. Dit is onder andere te lezen in de boekjes van het midwinterhoornblazen die geschreven zijn door Drs. Everhart Jans uit Almelo. In een bibliotheek in de Duitse stad Münster daar bevind zich een oud boekwerk uit de 15e eeuw waarin al over het Midwinterhoornblazen geschreven werd. Er zijn aanwijzingen, dat het gebruik van het midwinterhoornblazen al veel ouder moet zijn. Uit opgravingen is gebleken dat de hoorn mogelijk al een Keltische oorsprong heeft.
Het midwinterhoornblazen is van oorsprong een niet ‘’christelijk gebruik,,. Vroeger dacht men dat de langdurende duisternis in de wintertijd het werk zou zijn van boze geesten. Men geloofde in die tijd dat die boze geesten zich ophielden in de bomen zonder bladeren. Door te blazen op de eigengemaakte (midwinter)hoorns dacht men die boze geesten te kunnen verdrijven en daarmee de “Zonnewende”aan te kondigen. En ja hoor, het werkte.

Na verloop van tijd werd het vanzelf weer lichter. De hoorns werden, ook vroeger al door de blazers zelf, gemaakt van ruimschoots voorhanden zijnde zachte houtsoorten. In de loop van der tijd verdween het midwinterhoornblazen. De ontwikkelingen tijdens de Reformatie in de 16e eeuw was daar mede oorzaak van, omdat men toen al het niet christelijke gebruik heidens bestempelde. Dus lange tijd was het zo goed als stil rond de hoorn. Echter in Twente is het gebruik in zeer beperkte schaal altijd blijven voortbestaan. Zij het echter onder het mom van voorbeeldig Christendom.

Het was vooral de Rooms-katholieke Twentse bevolking die het Midwinterhoornblazen in ere heeft weten te behouden. Het heidens gebruik van de “Zonnewende” is in de loop der eeuwen er wel afgegaan en vervangen door het aankondigen van de geboorte van Jezus Christus tijdens de jaarwisseling. Eind 19e eeuw is het Midwinterhoornblazen weer meer tot ontwikkeling gekomen en kreeg steeds meer vorm en werd dus volledig gekoppeld aan de Adventstijd, en werd getolereerd door de kerkengemeenschappen.

Het was vooral Toon Borghuis uit Oldenzaal die met dit oude gebruik de publiciteit wist te bereiken en daarmee kwam het midwinterhoornblazen weer volledig in opgang en werd het een “Cultureel erfgoed”. In de vijftiger jaren en de jaren daar voor, kwamen veel manlieden van boerenafkomst met de hoorn voor de dag. In die tijd dat er weinig communicatiemiddelen waren, werd de Midwinterhoorn ook gebruikt als noodroephoorn, wanneer er ergens iets aan de hand was. Bijvoorbeeld als er een koe moest kalveren, of als het niet goed ging met een familielid en men hulp van de Noabers nodig hadden.

In de 2e wereldoorlog is de midwinterhoorn ook buiten de Adventstijd wel eens gebruikt als waarschuwingssignaal om voor ophanden zijnde razzia’s de noabers en omwonenden daarvoor te waarschuwen.

2. Hoe zit het met dit oude gebruik

Voor zover bekend is het Midwinterhoornblazen uitsluitend in Twente en omstreken, een van oudsher bekend, maar vooral een uniek en oud gebruik. Echter met een beperkte bekendheid. Dit in tegen stelling tot andere vormen van natuurhoorns zoals de “jachthoorn”, de “Alphorn” die bekend zijn in het alpengebied en de “Didgeridoo” uit Australië.

De Midwinterhoorn, de Alphoorn en de Jachthoorn zijn zogenaamde natuurhoorns die elk voor zich een aantal opeenvolgende harmonische klinkende tonen kunnen produceren. Dit zonder daarbij gebruik te maken van  kleppen ventielen of gaten. Het blazen van de Midwinterhoorn gebeurt alleen in de periode vanaf de eerste zondag van de advent (4 zondagen voor de Kerst) en tot de avond voor Drie Koningen (6 januari).

Het is van vroeger uit gebruikelijk dat er vroeg in de avond geblazen werd. Dit is ontstaan door dat vroeger namelijk zo was dat s’avonds na het werken op de boerderij de boer naar buiten ging en op zijn hoorn “n Oal’nroop” over het Twentse landschap liet klinken. Daarmee gaf de blazer aan dat er iets bijzonders te gebeuren stond binnen de buurtschap. Op koude winteravonden wanneer het buiten stil is, kan het geluid van een Midwinterhoorn wel 3 kilometer ver in de omtrek hoorbaar zijn. Deze boodschap werd door een ander gehoord en werd op zijn of haar beurt weer doorgegeven aan een volgende in de buurtschap.

Gedragregels zijn bij het blazen op de Midwinterhoorn belangrijk. Wordt er geblazen door iemand in het buurtschap op de Midwinterhoorn dan mag men er niet tussen door blazen en men dient zich sober gekleed (donker) te vertonen, omdat deze traditie een ingetogen karakter heeft. Ook is het belangrijk zich op de hoogte te stellen van de wijze van blazen in de omliggende buurtschappen. Ieder “Buurtschap” presenteert zich op haar eigen wijze. Het aantal tonen en het geluid variëren nogal per hoorn. Maar de oude Twentse roep (n’Oal’n Roop) is met vrijwel iedere hoorn wel te blazen.

Nog even tot slot van dit onderdeel: het wordt dus sterk afgewezen als men zich als Midwinterhoornblazer niet houdt aan de geldende gedragsregels.

3. De bouw van de Midwinterhoorn

Hieronder proberen wij u enig inzicht te verschaffen over hoe een Midwinterhoorn gemaakt wordt.
Een Midwinterhoorn wordt nog vaak op ambachtelijke wijze gemaakt. Het handwerk werd vaak van vader op zoon overgeleverd.
Er zijn tegenwoordig echter nog maar weinig mensen die een hoorn nog echt op ambachtelijke manier (kunnen) maken.

De Midwinterhoorn

Het maken van de midwinterhoorn vereist handvaardigheid en groot vakmanschap. De Midwinterhoorn wordt dus gemaakt van een houten stam of tak. Van berken (Betula),elzen (Alnus) of wilgenhout (Salix). De vorm dient al enigszins kenmerkend te zijn voordat het hout bewerkt is. De stam dient van naturel al een beetje over de kromming te beschikken, die een Midwinterhoorn eigen is. Meestal wordt een geschikte tak of boom langs een slootkant of op een houtwal gevonden. Maar ook een kromme tak van een willekeurige boom kan goed worden gebruikt. Als men de boom kapt of zaagt is het van groot belang dat men de stam voldoende lang houdt, met name aan het ondereinde. In totaal moet de ruwe stam nog zo’n 2 meter zijn. Deze afgezaagde stam kan men vervolgens gelijk bewerken, maar enige tijd laten drogen verdient toch de voorkeur. Tijdens het droogproces kan men een stuk barst verwijderen om er zeker van te zijn dat het hout goed hard wordt. Ook is het verstandig om de uiteinden op te sluiten met een stalen band, een stuk draad of een slangklem. Dit voorkomt grote kopscheuren als gevolg van snelle droging. Als het hout goed gedroogd is kan begonnen worden met de eerste echte bewerking aan de buitenzijde van de Midwinterhoorn in wording.

De buitenkant van de stam moet eerst zo bewerkt worden dat deze de vorm van een hoorn krijgt. Dit kan met behulp van verschillende gereedschappen. Er kan onder andere gebruikt gemaakt worden van (op volgorde van grof naar fijn); zaag, bijl, trekmes, (ronding)rasp, grof schuurpapier. Het smalste eind waar het mondstuk in komt dient ongeveer 3 a 5 cm dik te worden, het andere uiteinde moet ongeveer een doorsnede van 10 a 15 cm krijgen. Belangrijk detail hierbij is dat de hoorn van dun naar dik een zo egaal mogelijk verloop dient te krijgen. Als de buitenzijde rondom goed bewerkt is, zodat de hoorn haar vorm al heeft, kan men de ‘kopse kanten’ (opnieuw) recht afzagen. Op dit moment begint de tweede bewerking; het uithollen van de hoorn. Hiervoor wordt de hoorn doorgezaagd in de lengte richting met behulp van een scherpe fijne zaag, waarmee er zo weinig mogelijk zaagsnede zichtbaar wordt. Op deze twee helften gaat men de wanddikte, ongeveer 8 a 10 mm aangeven, dit kan door een evenwijdig lopende potloodlijn te trekken. Nu kan er begonnen worden met het uithakken van de hoorn. M.b.v. een guts (ronde beitel) en een houten hamer kan het hout nu uitgehakt worden tot aan de potloodlijn. Bij het smalste laatste stuk waar straks het mondstuk in komt, moet men een sleufje laten met een diameter van ca. 2 cm en een lengte van ongeveer 5 cm. Na het uithakken schuurt men de wanden glad. Mochten deze bewerkingen over een langere tijd worden uitgevoerd dan doet men er goed aan beide helften tussen de momenten van bewerking door aan elkaar vast te maken voor het opbergen. Dit om extreme vervorming tegen te gaan.

Als de beide helften klaar zijn kan men de midwinterhoorn aan elkaar lijmen of alleen m.b.v. biezen aan elkaar maken. Bij dit laatste spreekt men over een zogenaamde natte hoorn.
De natte hoorn  is weliswaar een hoorn die gemaakt is volgens de meest oorspronkelijke methode, maar zo’n hoorn moet dan ook tijdens het blaasseizoen goed nat gehouden worden om hem daarmee luchtdicht te krijgen en te houden.

De hoornhelften werden met wilgentenen of gespleten braamtwijgen aan elkaar gebonden. Dit werd vroeger altijd gedaan,  omdat men toen nog geen goede lijm had. Beide helften, die goed droog zijn, bestrijken met voldoende lijm en op elkaar leggen. Nu moet de midwinterhoorn volledig afgesloten worden door er om de ca. 10 cm. een aantal slangklemmen strak om heen te draaien. Na voldoende droging kan de buitenzijde en met name de lijmnaad nabewerkt worden met o.a. schuurpapier om de buitenkant van de hoorn mooi af te werken. Om de buitenkant verder af te werken kan men deze eventueel eerst lakken om hem vervolgens van biezen te voorzien. Deze biezen wikkel je meerdere malen om de hoorn en dit met een ‘hard op hard maat’ van ongeveer 20 cm. Het laatste stukje afwerken zit ‘m in het aflakken van de hoorn. Verder kan een ketting of een riem aan de hoorn gemaakt worden om deze op te kunnen hangen.

Het mondstuk

(De happe)

Nu is het moment aangekomen dat het mondstuk (de happe) geplaatst kan worden.

Dit is een ca. 12 tot 15 cm lang tuitje dat meestal gemaakt wordt van vlierhout. De buiten diameter hiervan is van ca. 1,5 cm oplopend naar ca. 2,5 cm, met een rond gat in het midden met een diameter van 10 mm. De grootste zijde is schuin afgezaagd, hier worden de lippen tegenaan gezet.

4. de blaastechniek

Om goed te kunnen blazen is techniek daarvoor van groot belang.
Het verzamelen van voldoende lucht is nodig om de tonen te kunnen voorbrengen.
Het lichaam met luchtinhoud moet gezien worden als de “versterker”. De lippen en het mondstuk vormen samen de “microfoon”.
Dan de hoorn. Deze kan beschouwd worden als de “luidspreker”.
De in te ademen lucht moet zoveel mogelijk in het middendeel van het lichaam worden  opgeslagen. Dus niet in het borstkasgedeelte.
Daar is namelijk onvoldoende flexibiliteit voorhanden om de uitstroom van lucht goed te kunnen regelen en beheersen. Het produceren van geluid is het in beweging brengen van lucht in onze omgeving.
Technisch wordt er bij toonvorming dan ook gesproken over “buiken en knopen”. Geluid dat we voortbrengen is niets anders dan de lucht in beweging brengen. Deze bewegingen zijn voor de mens in bepaalde frequenties hoorbaar als een geluid of samenstelling van geluiden.
Om goed te kunnen blazen is voldoende lipspanning en longinhoud van belang. Niet goed is het zich aanwennen om de lippen te hard op het mondstuk te drukken drukken. De controle over het blazen gaat dan snel verloren en de lippen kunnen daardoor geblesseerd raken.
Ook de stand van de lippen op de opening van de zijkant van de mond op de opening van het mondstuk zijn van belang.
Vaak zien we dat blazers zich hebben aangeleerd om met de zijkant van de mond op de opening van het mondstuk te blazen.
Dat heeft twee redenen.
De vorm van het mondstuk geeft daarvoor een beetje de aanleiding.
Maar vooral om voldoende geluidsniveau te halen en te houden maken sommige blazers van deze methode gebruik. Beter is het om direct bij begin aan te leren om met het midden van de mond en de lippen de blaastechniek langzaam maar zeker op te gaan bouwen.
De lippen zijn een gevoelig lichaamsonderdeel die vele zenuweinden minuscule bloedvaatjes bevatten die allemaal samenkomen in het midden van de mond. Dus daarmee is al voldoende aangegeven dat het aan te bevelen is om te blazen met het midden  van de mond zoveel mogelijk aan te houden.
Bij het blazen van de eerste toon of tonen is het van belang deze rustig en niet te hard aan te zetten. Daarmee kan het gevoel van toonzetting beter worden ervaren. Is de controle van toonzetting een beetje aanwezig dan pas kan er geprobeerd worden ook de tonen wat harder te gaan blazen.
Een goede oefening is om een lage toon zacht aan te zetten en vervolgens deze harder en weer zachter blazen. Daarbij te proberen dat zo lang de lucht dat toelaat vol te houden.

5. Adem techniek en het “buzzen”

Diep inademen voor het begin van het blazen zal noodzakelijk zijn.

Echter, eerst een paar maal diep in en uitademen zal de longen laten wennen aan deze inspanning.
Eerst nog even heel diep uitademen en daarbij alle spieren in het  lichaam even laten ontspannen is een goede tip voor beginners.
Deze oefening helpt mee aan het zich ontspannen gevoel geven voor het blazen.
De lucht moet zoveel mogelijk in het middengedeelte van het lichaam opgeslagen worden omdat daar het meeste volume kan worden bereikt.Nadat het begin is gemaakt kan er het diep inademen begonnen worden met langzaam onder druk uitademen van de lucht.Daarbij moeten de lippen worden samengeknepen en een geluid geproduceerd gaan worden.
Denk daarbij aan het geluid van een kind dat een autogeluid nabootst.
In de muziek wordt deze oefening ”buzzen” genoemd.
Tijdens de cursus zal hieraan de nodige aandacht worden gegeven.

6.Geluid

De frequentie van geluid geeft aan hoeveel maal per seconde de golfbeweging plaats vindt,de eenheid Hz (Herz).

Geluid met een lage frequentie ervaren we als laagtonig (bijvoorbeeld de laagste pianotoon is 27,5 Hz), hoge frequenties
als hoogtonig (de hoogste pianotoon in 4186 Hz) De mens kan frequenties waarnemen tussen circa 20 en 20.000 Hz.
Zoals al gezegd is de Midwinterhoorn een instrument welke natuurtonen produceert.Dat betekend ook dat dieren in de omgeving er over het algemeen niet op zullen reageren.
Daarom gebruikt men bij de jacht ook jachthoorns om waarschuwing(signalen) te geven. Roepen zou het wild aan het schrikken maken.
Op het geluid van de hoorn reageert het wild niet. Ze kennen die tonen uit de natuur.Denk maar aan de wind langs een boom of het loeien van storm door het hout. Ook werd de Alphorn werd vooral gebruikt als communicatiemiddel voor als er hulp nodig was.De oorzaak van onzuiverheid moet niet direct bij de hoorn of het mondstuk gezocht worden. Meestal is het de blazer en zijn blaastechniek in samenhang met de lip spanning,die oorzaak vormen van onzuiverheden in de toonvorming.Het is aan te bevelen om ruim voor het blaasseizoen al te gaan oefenen op het losse mondstuk.
Dit om vooral ook zuivere tonen “buzzen” kan een goede training voor het daadwerkelijke blazen vormen.

Het geluid van de midwinterhoorn

7. De foute ondertoon

Zoals al enkele keren aangegeven is de Midwinterhoorn een natuurhoorn.
Daarom is het aantal tonen beperkt en komt het vaak voor dat de Midwinterhoorn een laagste toon kent die niet stemt met de ander daarop volgende hogere tonen.
We noemen deze toon voor het gemak maar even de foute ondertoon.
Als men eenmaal weet hoe die toon geblazen kan worden, dan is het gemakkelijk om het blazen van die foute ondertoon ook te voorkomen.
Deze lage toon mag niet op de hoorn geblazen worden, omdat de harmonieuze klanken van de andere te blazen tonen zou verstoren.
De Midwinterhoornblazer kan, door goed naar zichzelf te luisteren, vaststellen of de geblazen toonopvolgingen ook onderling zuiverheid hebben.
Is er sprake van onzuiverheid, dan is vaak de lipspanning in samenhang met de blaastechniek daarvan een oorzaak.

8. De eerste tonen afzonderlijk

Het is aan te bevelen om de eerste te blazen tonen elk afzonderlijk te leren blazen.
Dus voor elke toon opnieuw aanzetten.
Daarmee komt het gevoel voor de juiste lipspanning bij elke te blazen toon veel beter onder controle te krijgen.
Bij oefeningen kunnen bijvoorbeeld oefening”politieauto”of “ziekenauto”prima van pas komen.

9. De eerste tonen in combinatie met elkaar

Begin altijd rustig met de lage toon .
Dat is de toon die boven de foute ondertoon zit.
Blaas de toon rustig aan en maak deze sterker.
Het zal bijna automatisch gaan op de tweede toon er op te laten volgen.
Lukt dit, dan is het de kunst om ook weer terug te gaan naar de eerste toon.
Dit moet dan gebonden klinken. Dus niet steeds opnieuw aanzetten.
Door meer kracht te zetten wil de toon altijd vanzelf hoger.
De opbouw van een eigen Oal’n roop zal zeker de nodige tijd en oefening vragen.
Doe daar rustig mee aan en blaas eerst wat goed gaat.

10. De toonomvang

Omdat bijna elke midwinterhoorn in vergelijking met een andere verschillend is qua lente, houtsoort, houtdikte en luchtinhoud, is er maar een kleine kans dat zij onderling stemmen. Dit natuurinstrument bezit geen stembuizen.
We moeten het dus doen met ons zelf, de happe en de midwinterhoorn. Indien bovengenoemde aspecten nagenoeg identiek zijn , valt er met de lipspanning veel te regelen
Het blazen in egovorm met twee midwinterhoorns is dan ook mogelijk.In de omgeving van de Havenhoek te Zelhern heeft deze echovorm reeds geklonken in de Adventsperiode 1989-1990.
De toonomvang van de midwinterhoorn ligt bij een normale oefeningconditie rond de zes tonen.Meerdere natuurtonen zijn zeker mogelijk.Behalve de Fagot behoren alle houten blaasinstrumenten (aerofonen) tot de notering en lezing van het notenschrift in de G-sleutel.De G-sleutel geeft aan welke lijn van de gebruikelijke 5-lijnige notenbalk de G1staat. Het sleutelteken er zijn er wel tien, staat altijd vooraan de notenbalk. Het is de vervorming van de letter G.
Voor de goede orde zullen we,indien gebruik word gemaakt van notenschrift,deze notering volgen. Voorzover mij bekent is gelden er geen andere regels. Om de natuurtonen te registreren,qua hoogte en duur,worden de lijnen en noten van het notenstelsel gebruikt. Noten onder of boven de notenbalk worden met hulplijntjes genoteerd.
De notering van de melodie zoals deze in het algemeen word geblazen ziet er als volgt uit:
Bij deze notatie is geen maatvoering of lengte der noten aangegeven.
De leer van ritme en duur der noten is in theorie op zich .Voor het beoefenen en blazen van de Midwinterhoorn is deze kennis niet noodzakelijk.Indien gewenst is deze informatie uiteraard wel voorhanden.

11.Om het blazen iets te verlichten

Ademtechniek:

Voor het blazen eerst rechtop gaan staan en uitblazen. Doe dit eerst een paar maal.Daarbij is het van belang zichzelf even te ontspannen.Vervolgens diep inademen en de lucht zoveel mogelijk in het middengedeelte van het lichaam opslaan. Bij het blazen moet de kracht ook vanuit dit gedeelte van het lichaam worden voortgebracht.Dus niet vanuit het borstgedeelte, maar meer vergelijkbaar met alsof men een persbeweging maakt. Na elke keer blazen is het belangrijk steeds weer diep in te ademen,omdat dit de toonvorming te goede komt.

Houding:

Voor het blazen is het van belang voor een optimale luchtstroom rechtop te blijven staan. Dus het hoofd ten opzichte van de romp recht houden. Wanneer het hoofd naar opzij of naar beneden gehouden wordt zou dit de luchtstroom,en dus daarmee een goede klankvorm belemmerd kunnen worden.

De eerste tonen:

Bij begin van het blazen eerst rustig aan de lage toon inzetten.Vervolgens de tweede toon met wat meer kracht blazen en de derde toon met nog wat meer kracht even aanhouden. Hiermee is aan de omgeving duidelijk gemaakt dat de blazer een boodschap op zijn hoorn wil laten horen. Is men in staat een viertal opeen volgende tonen met redelijke zuiverheid en in een aanvaardbare variatie ten gehore te brengen dan mag een blazer in staat worden geacht zijn of haar versie van “n’oal’n roop”aan de omgeving ten gehore te brengen.

“N’oal’n roop’:

De opbouw van “n’oal’n roop”is voor een groot deel afhankelijk van de blazer en de buurtschap waarvan de blazer deel uit maakt. Na de enkele tonen vooraf is het gebruikelijk tenminste drie maal een serie tonen te blazen die samen de boodschap vormen.Belangrijk daarbij is,dat er zovel mogelijk een goede opbouw en afbouw van de boodschap in verwerkt zit. Het gaat om de aankondiging van Kerstmis.
De boodschap dient dan ook als zodanig van inhoud en uitvoering te zijn en met het nodige respect daartoe aan de omgeving ten gehore gebracht te worden.

En heel völ bloasplezeer  !

12.Twents Volksleed

Doar lig tusschen Deenkel en Regge n’laand
Oons mooie en nerige Twente,
t’ Laand van t’weark en t’laand van natuur,
Wie priest doarum steurig oons Twente.
Doar zee’j op de esschen de rowwe nog stoan,
döt stearkstromend bekske t’möllenrad goan,
Doar lig nog t’heed in t’pearsrode kleed,
Dat is oons zoo leeflike Twente (2x).

Woar Twickel zien ‘teurn oet t ‘ekenloof stek,
De Lutte zien’bearge löt bleenken,
Woar’w boakens zeet braanden in boerschop en stad,
Den hoorn um mirweenter loatt kleenken.
Doar kroonkelt de Deenkel no aait duur t’ laand
Duur bussche en veald langs t’Losserse zaand,
Doar röst der oons oog vanof boaven op den bearg
Op t”vreadige laandschop oons Twente (2x)

Den rook van’t fabriek kö’j van wiedten a zeen,
Den wis oons t’ ievrige leaven
Met leu dee wilt weaken derglik zint,
Dee pielers, dee steun oons hebt geaven
Mear boeten in boerschop op heed en in t’veald,
Doar röst de Tubanter in ’t eeuwige graf,
t’ Oalde noast nieje van Twente (2x)

En brech oons t’lot ok oet Twente mangs vot,
Wie bliewt der toch aaltied an deanken,
Gen aandere laandstrek, hoo mooi ze ok is,
Kan’t zölfde as Twente oons scheanken,
Wie doot aanderwegns mekaander de haand,
Gedeankt dan oons klean, mear zo leeflike laand,
En zal der oons hoes in den vrömden ok stoan,
Oons herte blif aaltied in Twente (2x)

13.Verze “Murrewinter”

Ne’n moand veur Murewinter
as d’n advent begint
Tot weer de daege legnt en
en dree koningen d’r zint
Nemt mennig boer’n véénte
oaveral in ’t Twenthelaand
Met ’t vallen van den oavend
den hölten hoor’n ter haand
As hank den blaanken giezel
en geet den vos zien gaank
Klinkt urenwied in ’t ronde
het klagen van den klaank
Langs oale ekenbeume
en greuen roggekaamp
As hâd de daege kötten
en ’t barre winter kwaamp
Ik bid oew, Twentsche vëënte
hoalt ’t oald gebroek in staand
En bloast verdan de bosschop
tééns an de puttenraand
Ongeveer een maand voor midwinter
Als de advent begint
Tot de dagen weer gaan lengen
drie koningen er zijn
Nemen vele boerenjongens
Over in het Twenteland
Bij het vallen van de avond
De houten hoorn ter hand
Als de blanke ijzel hangt
en gaat de vos zijn gang
Klinkt uren ver in het rond
het klagen van deze klank
Langs oude eikenbomen
en groene roggeakkers
Als zou het de dagen korten
n als de winter kwam
Ik bid U, Twentse jongens
hou een oud gebruik in stand
En blaas voort die oude boodschap
steeds aan de rand van die put

van Johanna van Buren

error: Content is protected !!