Even wat geschiedenis

Het midwinterhoornblazen  is een oud Twents gebruik. De eerste gegevens hierover stammen al uit de 15e eeuw. Dit is onder andere te lezen in de boekjes van het midwinterhoornblazen die geschreven zijn door Drs. Everhart Jans uit Almelo. In een bibliotheek in de Duitse stad Münster daar bevind zich een oud boekwerk uit de 15e eeuw waarin al over het Midwinterhoornblazen geschreven werd.
Er zijn aanwijzingen, dat het gebruik van het midwinterhoornblazen al veel ouder moet zijn.
Uit opgravingen is gebleken dat de hoorn mogelijk al een Keltische oorsprong heeft.

Het midwinterhoornblazen is van oorsprong een niet ‘’christelijk gebruik,,. Vroeger dacht men dat de langdurende duisternis in de wintertijd het werk zou zijn van boze geesten. Men geloofde in die tijd dat die boze geesten zich ophielden in de bomen zonder bladeren. Door te blazen op de eigengemaakte (midwinter)hoorns dacht men die boze geesten te kunnen verdrijven en daarmee de “Zonnewende”aan te kondigen. En ja hoor, het werkte.

Na verloop van tijd werd het vanzelf weer lichter. De hoorns werden, ook vroeger al door de blazers zelf, gemaakt van ruimschoots voorhanden zijnde zachte houtsoorten. In de loop van der tijd verdween het midwinterhoornblazen. De ontwikkelingen tijdens de Reformatie in de 16e eeuw was daar mede oorzaak van, omdat men toen al het niet christelijke gebruik heidens bestempelde. Dus lange tijd was het zo goed als stil rond de hoorn. Echter in Twente is het gebruik in zeer beperkte schaal altijd blijven voortbestaan. Zij het echter onder het mom van voorbeeldig Christendom.

Het was vooral de Rooms-katholieke Twentse bevolking die het Midwinterhoornblazen in ere heeft weten te behouden. Het heidens gebruik van de “Zonnewende” is in de loop der eeuwen er wel afgegaan en vervangen door het aankondigen van de geboorte van Jezus Christus tijdens de jaarwisseling. Eind 19e eeuw is het Midwinterhoornblazen weer meer tot ontwikkeling gekomen en kreeg steeds meer vorm en werd dus volledig gekoppeld aan de Adventstijd, en werd getolereerd door de kerkengemeenschappen.

Het was vooral Toon Borghuis uit Oldenzaal die met dit oude gebruik de publiciteit wist te bereiken en daarmee kwam het midwinterhoornblazen weer volledig in opgang en werd het een “Cultureel erfgoed”. In de vijftiger jaren en de jaren daar voor, kwamen veel manlieden van boerenafkomst met de hoorn voor de dag. In die tijd dat er weinig communicatiemiddelen waren, werd de Midwinterhoorn ook gebruikt als noodroephoorn, wanneer er ergens iets aan de hand was. Bijvoorbeeld als er een koe moest kalveren, of als het niet goed ging met een familielid en men hulp van de Noabers nodig hadden.

In de 2e wereldoorlog is de midwinterhoorn ook buiten de Adventstijd wel eens gebruikt als waarschuwingssignaal om voor ophanden zijnde razzia’s de noabers en omwonenden daarvoor te waarschuwen.

error: Content is geschermd !!